

Rond 1200 v.C. wordt de naam “Israël” voor het eerst genoemd in Egypte. Er ontstaan joodse gemeenschappen in Kanaän. Zij vereren vele goden en zijn afhankelijk van de grillen van machtige buren: Assyriërs en Babylon. Zij houden elkaar vast door de wetten van Mozes aan te houden en uiteindelijk over te gaan tot het exclusieve geloof in Jahwe. Er ontstaan verhalen over hun verleden, over de aartsvaderen, over de speciale band met God en over de belofte van een eigen land. Inmiddels kun je spreken van een Joodse diaspora: in Babylon, in Egypte, in Perzië en steeds is het de vraag wat hun positie is: een getolereerde minderheid of een bedreigende bevolkingsgroep die geweerd moet worden. Het verhaal van Esther lijkt daarop te wijzen.
In de klassieke periode vanaf Alexander de Grote worden de Joden door historici soms met bewondering beschreven vanwege de ouderdom van hun geloof, maar in veel gevallen worden ze met verbazing en zelfs afkeer neergezet als “de totaal anderen”. Dat leidt tot de eerste geweldsuitbarstingen in Alexandrië en tot maatregelen in Rome. Keizer Claudius erkent hun rechten en privileges, maar onthoudt de joden het Romeinse burgerrecht: joden zijn vreemdelingen. Na de Joodse Oorlog en de verwoesting van de Tempel en na de daarop volgende verbanning van de Joden door keizer Hadrianus zijn de joden voor het eerst een volk zonder land, statenloos. Er woonden al veel Joden in Babylon en Egypte, nu verspreiden ze zich over het hele Romeinse Rijk en het Midden-Oosten. Babylon werd een belangrijk Joods centrum met meer Joden dan in Palestina.
In deze diaspora ontstaat er een nieuwe vorm van joods-zijn, het rabbijnse jodendom. Daarin staat niet de tempelcultus centraal, maar de Thora, de bestudering ervan en de uitleg door rabbi’s in synagogen. Naast de geschreven Thora bestond er al eeuwen een traditie van tekstuitleg, de mondelinge Thora. In de periode na de Tempel besluit men deze mondelinge uitleg vast te leggen in de Mishna. Met de Thora en de Mishna ontstaat er een hecht fundament voor het jodendom in de diaspora. Studie en gebedsdiensten worden de basis. De inhoud van de Mishna wordt na vastlegging ook weer becommentarieerd en het resultaat daarvan wordt vastgelegd in de Gemara. Mishna en Gemara vormen samen de Talmoed. Vanaf ongeveer de zevende eeuw vormt de Talmoed de basis van het orthodoxe jodendom.
In capita selecta wordt de positie behandeld van de Joden in de wereld van christendom en islam. Judeofobie, angst voor Joden, is de term die gebruikt wordt voor de klassieke oudheid. Antisemitisme, weerzin tegen Joden, komt daarvoor in de plaats. Niet altijd en overal, maar steeds steekt die weerzin zijn kop weer op, van de Middeleeuwen tot in de moderne tijd. En al die tijd hebben de Joden hun identiteit behouden. Het Woord wint het steeds weer van de haat.
U kunt zich binnenkort inschrijven voor deze cursus in Wassenaar of Heiloo

Locatie Wassenaar:
– 6 lessen op maandagavond
– 19.30-21.15 uur
– data: 2-9-16-23-30 nov. / 7 dec.
– bij verlenging ook 14 dec. / 11 jan. 2027
– plaats: Cultureel Centrum Warenar in Wassenaar
>> U kunt zich nog niet inschrijven voor deze cursus
Locatie Heiloo:
– 6 lessen op donderdagochtend
– 10.00-12.30 uur
– data: 19-26 nov. / 3-10-17 dec. / 7 jan. 2027
– bij verlenging ook 14-21 jan.
– plaats: Kleine Kapel, landgoed Willibrordus,
Kennemerstraatweg 464, Heiloo
>> U kunt zich nog niet inschrijven voor deze cursus

