De afgelopen twee jaar stond de Renaissance centraal. Eerst in Florence en daarna in Rome. Grote namen passeerden de revue: Fra Angelico, Piero della Francesca, Rafaël en vele anderen.
We leerden pausen en kardinalen kennen, die leefden als klassieke Romeinen. Erasmus had zijn bedenkingen. Luther was verbijsterd. Deze grandeur kwam tot een voorlopig einde in 1527 met de "Sacco di Roma", de plundering van Rome.
We zullen dit jaar zien hoe de fakkel wordt overgenomen door Venetië. De doge wil zijn stad uitbouwen tot een nieuw Rome. Een gouden tijd breekt aan voor architecten en schilders.
Als Rome zich herstelt tijdens de Contrareformatie, wordt de stad uitgebouwd tot één groot triomfmonument.
De koepels wijzen de weg naar de katholieke hemel. De tijd is rijp voor het werk van Bernini en Borromini. Maar bij Caravaggio lag het anders: zijn harde realisme betekende een breuk met de gangbare ideeën over kunst.
Men reageerde op zijn werk zoals wij reageren op dat van Lucian Freud.
Het wereldbeeld van Aristoteles kwam steeds meer ter discussie te staan. Galilei werd het slachtoffer van deze nieuwe ideeënstrijd.
Veel verhalen en nog meer dia's moeten deze rijke wereld tot leven brengen.
U begrijpt het al: twintig lessen zijn nauwelijks voldoende om alles te behandelen.